Ergens in februari is het compleet misgelopen. Ik besefte ineens weer ten volle hoe saai mijn werk was. Hoewel ik mezelf bediende mag noemen, is het niet meer dan veredeld bandwerk. Elke dag voelde ik me slechter en slechter op het werk, want het was een kalme periode, wat betekende dat ik per 8 uur met moeite een uur echt moest werken, en de rest vervelen. Er leek maar geen einde aan de dagen te komen, en het viel me zo zwaar dat ik soms naar de toiletten ontsnapte om daar te gaan uithuilen. Ook het eten op het werk ging steeds moeilijk, over één boterham kon ik makkelijk 20 minuten doen. Ondertussen was mijn meter ook stervende, dus na de lessen en het werk bracht ik veel tijd door bij haar in het rusthuis. Omdat het me allemaal wat te veel werd, besloot ik op een woensdag om een dag vrijaf te vragen voor vrijdag. Ik zou eens een lekker dagje voor mezelf nemen, het huishouden wat doen want dat had ik wat laten liggen, maar in de eerste plaats eens goed uitrusten. Op donderdag sleurde ik me nog een laatste keer naar het werk, zelfs het vooruitzicht van een vrije dag kon me nog nauwelijks opbeuren. Vlak na de middag probeerde ik iets te eten, maar het lukte absoluut niet, elke hap was een strijd en joeg me zoveel angst aan dat ik mijn hart met de minuut sneller voelde kloppen. Na mijn laatste hap heb ik de knoop doorgehakt en naar de huisarts gebeld. Zo kon het niet langer meer, ik zou terug medicijnen moeten nemen, zoals ik al een tijdje overwoog. Nog diezelfde avond kon ik langs gaan. Ze zag dat mijn schildklieren wat opgezwollen waren, en wou eerst onderzoeken of mijn probleem met slikken niet daardoor veroorzaakt werd. Ze stelde me voor om een weekje thuis te blijven, maar ik weigerde. Toen ik de volgende ochtend terug moest om bloed te laten trekken, heb ik dan toch maar met die week toegestemd. Die zondag moest ik werken, en dat wou ik niet afzeggen om het weekend van mijn collega's niet overhoop te gooien. Op zaterdagavond is mijn meter gestorven. Vlak voor mijn werk op zondag ben ik ze nog gaan groeten, ben mijn uren gaan doen en dan eindelijk rust dacht ik. Maar niets was minder waar, een begrafenis regelen en ze bijwonen kost energie, dus na die week voelde ik me nog slechter dan voorheen. Er werden me nog twee weken voorgeschreven, en nog een extra onderzoek voor mijn schildklieren. Toen bleek dat daar niets mee aan de hand was, had ik eindelijk zekerheid; het zat, zoals ik al van in het begin had gezegd, wel degelijk in mijn hoofd. Nu kon er ook eindelijk aan gewerkt worden, ik zou, na net geen vijf jaar clean zijn, herbeginnen met de medicatie. |